Mijn kwetsbare kind

  • Post Author:

Op een zonnige dag liep ik door de straten, niet alleen, nee met ál mijn vrienden, familieleden, bekenden en andere ook onbekende. Het was feest, iedereen was blij, er was muziek, er werd gedanst. Iedereen deed mee en zat in de flow. Ik zag iedereen met een grote glimlach en ik lachte mee. Het was tenslotte feest. 

Toen we op na een paar goede dansnummers met veel lawaai de hoek om kwamen merkte ik iets op. Ik was niet met íedereen. Er zat daar verderop een meisje aan de rechterkant van de straat. In tegenstelling tot de rest in de parade, om het zo maar even te noemen, had zij geen lach op haar gezicht. Ik zag het tegenovergestelde van een lach. Er liepen tranen over haar wangjetjes. Ik keek naar het meisje en zij keek terug, toen onze ogen elkaar kruiste gaf ze mij een klein glimlachje. Zo eentje van: ‘het is wel goed’.

Ik herkende dat lachje uit duizenden en wist dat ze eigenlijk bedoelde: ik heb iemand nodig. Terwijl niemand op haar lette en ongestoord door feestte ben ik in de richting naar het kleine meisje toe gedanst. Ik vond het spannend, maar ik kon zo’n lieve kleine krullenbol daar niet huilend laten zitten. Ik wilde haar aandacht geven, zorgen dat ze een echte lach op haar gezichtje zou krijgen zodat ze misschien ook wel mee wilde doen met het dansen en het lachen. 

Na mijn laatste, al zeg ik het zelf, zwierende draai belandde ik naast haar op de stoep. Ik pakte haar handje vast: ‘Hey lieve kleine meid, wat doe jij daar zo helemaal alleen. Huilend op de stoep? Waar zijn je papa en mama?’ 

Ze was stil, ze keek me aan en begon harder te huilen. ‘Het is oké lieve schat, het komt goed, ik ben bij je en ik blijf bij je.’ Ik sloeg mijn arm om haar heen en hield haar stevig vast. Ik schrok ervan, hoe vertrouwd dit voelde. Ik voelde zoveel empathie voor dit meisje en het voelde zo fijn ook om even haar armpjes om mij heen te voelen. 

Na enkele minuten danste er iemand langs, ik herkende diegene niet en, aan het gezicht af te lezen, het meisje ook niet. De onbekende keek ons aan en zei: ‘Hey wat doen jullie daar nou weer saai op dat stoepje. Droog je tranen, zeik niet, stel je niet zo aan en dans mee. Doen alsof, daar knappen jullie sowieso helemaal van op!’ 

Ik schrok ervan en ik wilde uit automatische reactie bijna meteen opstaan. Toch iets in mij zei me dat ik niet moest gaan. Ik vroeg het meisje wat ze nodig had. Wat ze echt nodig had. ‘Ik wil niet mee, ik wil gewoon even hier zitten, samen met jou. Dat je mij gewoon even vasthoudt zonder wat te zeggen en dat ik gewoon even mag en kan zijn’. 

En dit is dan ook precies wat ik deed, want ik voelde dat ik dit net zo erg nodig had als het kleine kwetsbare meisje. Gewoon even voelen. Gewoon even zijn. Toen ik weer naar het meisje keek wist ik het. Het was niet gek dat het zo vertrouwd voelde. 

Ik ben dat kleine meisje, ik ben degene die soms iemand nodig heeft die er voor haar is wanneer ik verdrietig ben of me rot voel. Ik heb iemand nodig die soms even niks tegen mij zegt en alleen een arm om mij heen slaat of mij een knuffel geeft. Tranen mogen er zijn, ik hoef niet altijd met de rest mee te doen en te doen alsof het goed gaat. Mijn gevoel mag er zijn. Dat is oké. Ik. Ben. Oké. 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.